MSC

Jules Chevalier -

stichter van MSC

Missionarissen van het Heilig Hart.

Het is Gods Liefde die de duisternis uit de wereld kan verdrijven...
De Kracht van gebed is Gods Liefde... Geloof, heb Lief en Vertrouw op God...
Het is altijd de moeite, als het resultaat ligt in het delen van Gods Wonderen...
Klik hier om terug te keren naar startpagina van MSC
Het is altijd de moeite als het resultaat ligt in het delen van Gods Wonderen.
Klik hier voor alternatieve navigatie.

U bent op « Uitgesproken teksten »

Memento 21 oktober 2007:                                                                                                 Blz 1

Naar volgende pagina... 


21 Oktober 2007


Openingslied: Ik sta voor U met lege handen


Ik sta voor U met lege handen

- en bied U, God, mijn kleinheid aan.

O laat mij steeds bij U belanden

- waarheen ook leidt mijn levensbaan.

Richt Gij mijn hart en al mijn streven

- U wijd ik, Heer, geheel mijn leven.


O Heer, zie naar mijn open handen

- waar 'k niets meer voor mezelf beheer.

Laat Uwe liefd' in mij ontbranden

- Gij roept mij telkens op, o Heer.

Tot U te gaan in vreugd' en lijden

- niets kan mij voortaan van U scheiden.


O laat mij biddend U ervaren

- hoe arm ik sta voor U, mijn God.

Uw liefde doet mij dit ontwaren

- richt Gij mijn wil naar Uw gebod.

Gij peilt mijn hart, mijn diepste wezen

- Gij zijt mijn God, wat zou ik vrezen.



1e tekstuit 'Vertrouwelijke Aantekeningen' van pater Stichter. (p.8)

1838.  Zijn roeping onderkend door anderen.


In 1838 kwam mijnheer Redon, de overste van de Lazaristen van Tours, in Richelieu een missie preken.

Ik woonde de predicaties regelmatig bij. Een van zijn preken  frappeerde me zeer. Bij het horen ervan dacht ik bij mezelf: "Wat een mooie roeping, die van missionaris!  Wat zou ik gelukkig zijn, als God me op zekere dag

de genade schonk om ook missionaris te worden."


Ik weet niet, of mijn houding, mijn gelaatsuitdrukking of enkele gebaren mijn gedachten verraadden, maar een feit is, dat er op dat moment iets vreemds gebeurde.

Tegenover mij zat juffrouw Elise Gillet, een heilige jonge vrouw die directrice was van alle goede werken in de stad. Zij raadde ongetwijfeld mijn intiem verlangen en scheen alles te lezen wat er in mijn binnenste omging.


Enkele dagen later kwam zij mijn moeder tegen. "Ik heb uw zoon aandachtig gevolgd tijdens de predicaties;

ik ben ervan overtuigd, dat het Gods wil is dat hij priester wordt.

Vindt u het goed?" -  "Ja zeker, want ik weet, dat hij dat graag wordt. Maar u kent onze omstandigheden en u weet dus ook, dat wij ons geen uitgaven kunnen veroorloven voor zijn opleiding tot priester." - "Dat weet ik. Maar ik heb goede vrienden; wij zullen er voor zorgen."


Lied: Zie, hier ben ik


Ik, de Heer, van zee en lucht, hoorde 't schreien van Mijn volk.

Al wie leeft in duisternis, hem breng Ik heil.

Sterren schiep Ik voor de nacht, helder licht in duisternis.

Wie brengt nu Mijn licht naar hen? Wie wil er gaan?

Zie, hier ben ik! Roep U mij, Heer, 'k Heb U horen roepen in de nacht.

Ik wil gaan, Heer, U toch leidt mij, naar Uw volk ga ik met open hart.


Ik, de Heer van kou en sneeuw, draag de last van ieders pijn

Ween uit liefde voor Mijn volk. Zij zien Mij niet.

Ik sla stuk hun hart van steen, geef een minnehart in ruil

Mijn woord richt Ik tot hen: Wie wil er gaan?


Ik, de Heer, van wind en vuur, zorg voor armen, kreupelen,

schotel hun een feestmaal voor. Ik hou van hen.

't Fijnste brood zet Ik hun voor tot hun hart verzadigd is

Heel Mijn leven geef Ik hen. Wie zal er gaan?


Stilte


Voorbeden


1 Ontferm U over ons, Heer,

want er is in onze Kerk nood aan priesters.

(zang) Heer, ontferm U (3x) - samen: Heer, ontferm U (3x).


2 Ontferm U over ons, Heer, en over onze gezinnen

waar roepingen kunnen ontluiken.

(zang) Christus, ontferm U - samen: Christus, ontferm U.


3 Ontferm U over ons, Heer, en over uw priesters

en religieuzen, opdat ze van U getuigen.

(zang) Heer, ontferm U - samen: Heer, ontferm U.


2de tekst, uit 'Vertrouwelijke Aantekeningen'  van pater Stichter. (p. 31-32)

1855.  Zijn moeder heeft het er moeilijk mee dat Jules missionaris wordt.


" Ik schreef aan mijn moeder, dat ik niet langer kapelaan was en dat ik binnenkort op bezoek zou komen om haar de kwestie uit te leggen.


Deze brief verheugde haar zeer, omdat zij meende dat ik tot pastoor was benoemd en dat zij daardoor haar laatste levensjaren bij mij op de pastorie zou kunnen doorbrengen.

Al heel lang zag zij naar dit gelukkig ogenblik uit.


"Is het ver van Issoudun?" vroeg ze, en "Is het een goede parochie waarvoor je benoemd bent?

En de parochianen, zijn die goed katholiek? Ben je blij met die keus?" - "Ja moeder, heel blij. Ik blijf in Issoudun, maar niet meer als kapelaan en ook niet als pastoor, maar als missionaris".


Van dat woord 'missionaris' schrok zij. Nu zij al haar dromen in rook zag opgaan, voelde zij haar krachten afnemen en zij viel in onmacht. Het bracht me enorm in verlegenheid: ik was bang dat zij het zou besterven.


Ik stond doodsangsten uit en kon bijna niet meer ademhalen van verdriet. Ik riep God te hulp en stelde alles in het werk om de crisis te bezweren.

Toen moeder weer bij kennis was gekomen, weende zij bittere tranen; vervolgens zei ze mij alles wat een moederhart maar kan bedenken, om mij van mijn voornemen af te brengen.


Acht dagen lang moest ik een ware belegering doorstaan van de kant van mijn familie. Maar omdat ik van mening was, dat ik aan Gods oproep beantwoordde, bleef ik onwrikbaar vasthouden aan mijn besluit, evenwel niet zonder veel innerlijke strijd en zielenleed.


Enerzijds hoorde ik de welsprekende stem van haar moederliefde, die mij wilde tegenhouden; anderzijds kende ik het evangeliewoord: "Hij die zijn vader en moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig".


Dit tweevoudig appel was voor mij dus een dubbel martelaarschap. Het geloof kreeg langzaamaan de overhand bij mijn moeder,

die een edelmoedige godsdienstige vrouw was. Ten slotte begreep zij toch de motieven van mijn besluit en stemde zij toe in een scheiding die op deze aarde voor immer zou zijn.

Toen wij afscheid moesten nemen, vond ik haar heldhaftig.

Na dit smartelijke offer leefde zij nog 24 jaar. Zij overleed op 84-jarige leeftijd, voorzien van de Heilige Sacramenten van de Kerk. Omdat ik te laat werd gewaarschuwd, kon ik slechts bij haar uitvaart aanwezig zijn, zonder dat ik het geluk had gesmaakt haar voor het laatst vaarwel te zeggen. " 


Psalm 139, uit: Bij dag, bij nacht… Iny Driessen

   - in twee groepen


Vers:  voorganger:  Jouw hand zal me leiden,

samen:  Jouw hand zal me vasthouden.


Heer, jij doorgrondt mij en Jij kent mij,

Jij weet waar ik ga, waar ik sta.

Jij weet wat ik denk en voel,

Jij bent vertrouwd met mijn werken en mijn rusten.

Achter mij ben jij, voor mij, rondom mij,

Jij omgeeft mij, hebt je hand op mij gelegd.

Het is te wonderlijk dat ik het kan begrijpen…
Waar ben ik in jouw aanwezigheid?
Waar ben je niet aanwezig om mij heen?

Klim ik naar de hemel: daar vind ik Jou.

Lig ik neer in het donker: daar ben je al.

Waar ik ook ga, jouw hand zal me leiden, me vasthouden.
  Licht of duister, het is Je al gelijk.

Heer, jij doorgrondt mij en Jij kent mij,

Jij wéét van mij…


Vers:  voorganger:  Ben ik radeloos,

samen:  Nog ben ik bij Jou, mijn Heer.


Mijn God, Jij hebt mijn diepste binnenste gevormd,

Jij hebt mij geweven in de schoot van mijn moeder.

Ik loof Je, ik dank Je, dat ik door Jou geschapen,

het beminnen waard ben,

een wonder, want door Jou tot leven gewekt.

Jij kent me door en door,
hebt mij gezien toen ik nog vormeloos was,

toen al heb Jij naar mij gekeken!

Te groots voor mij, God, zijn Jouw gedachten.

Was ik radeloos, nog was ik bij Je.
Doorgrondt mij, God, ken mijn hart, ken àlles ervan.
Toets mij, weet van mijn verborgen gedachten.

Behoed mij voor een verkeerde keuze,

wijs mij de weg die mij leidt naar Jou.


3de tekst, uit 'Vertrouwelijke Aantekeningen'  van pater Stichter. (p. 41)

1859.  Bezoek bij de pastoor van Ars.


" Even later ging er een deur open en zag ik de heilige man verschijnen met een superplie over zijn arm.

Zijn bleek en mager gezicht, zijn diepliggende maar zeer levendige ogen, zijn gebogen hoofd en zijn uitgemergeld lichaam, dat gebukt ging onder het gewicht van boetedoeningen en kastijdingen, maakten een diepe indruk op me: ik meende een verschijning uit de andere wereld te zien.


Hij verzocht me te gaan zitten en vroeg me toen wie ik was, waar ik vandaan kwam en wat ik wenste.


Nadat we enkele woorden hadden gewisseld, stelde ik hem op de hoogte van onze kleine stichting, zo volkomen toegewijd aan het Heilig Hart en de Heilige Maagd; en ik sprak hem ook over het doel dat wij voor ogen hadden.


Hij moedigde mij ten zeerste aan en zei dat ik moest blijven vertrouwen; dat ik pas aan het begin van de beproevingen stond; dat ik er nog zeer veel en zware te verduren zou krijgen; dat de hel alles in het werk zou stellen om ons werk te vernietigen, ons werk dat bestemd was om veel zielen te redden en grote glorie aan God te schenken; dat er zulke verschrikkelijke tegenwind zou opsteken, dat ik zou gaan denken dat alles verloren was.


"Maar dat is niet zo", voegde hij eraan toe, " het Hart van Jezus en onze goede Moeder zullen tussenbeide komen en uw vijanden zullen beschaamd staan."


Voorbeden


1 Ontferm U, Heer, en geef ons heiligen voor deze tijd,

door wie Uw licht tot ons komt.

(zang) Heer, ontferm U (3x) - samen: Heer, ontferm U (3x).


2 Ontferm U, Heer, en toon uw barmhartigheid aan allen

die lauw zijn en die opgeven of zwichten onder beproevingen.

(zang) Christus, ontferm U - samen: Christus, ontferm U.


3 Ontferm U, Heer, en zend ons uw licht in onze ogen,

uw licht in ons hart, uw licht in deze wereld.

(zang) Heer, ontferm U - samen: Heer, ontferm U.



Psalm 116, uit: Bij dag, bij nacht… Iny Driessen

   - in twee groepen


Vers:  voorganger:  Nooit zal ik Je genoeg kunnen danken

samen:  voor wat Jij voor mij doet!


Mijn God, zo lief heb ik Jou,

Jij hoort mijn roepen om erbarmen.
Jij legde je oor te luisteren tot ik je riep,

toen ik dreigde te stikken in angst.

Ik riep op Jou: laat me leven!

Genadig ben Jij, en vol ontferming.

Jij behoedt mij, Jij bevrijdt mij.

Keer dan tot rust, mijn ziel!

Jij, Heer, hebt mijn tranen gedroogd

en vrij laat Jij mij wandelen met Jou.

Ik geloofde, ook toen ik mij neerslachtig voelde.

Nooit zal ik Je genoeg kunnen danken voor wat Jij doet.

O Heer, ik mag de jouwe zijn!

Jouw kind, helemaal van Jou want Jij hebt mij verlost.

Danken wil ik Je, jouw naam aanroepen,

Jou loven, dicht bij Jou, daar waar mijn hart geborgen is.


Naar volgende pagina...