|
MSC-Vlaanderen |
|
Jules Chevalier, Stichter van MSC |
|
WAT IS MSC? MSC-SPIRITUALITEIT PUBLICATIES MSC Wist je dat-recentste uitgave dit jaar. LINKS NAAR MSC-Congregatie Internationaal |
|
Brieven Generaal Bestuur |
|
Heilig Hartfeest: Stichtingsfeest 8 december: Voor besluiten van Provinciaal Kapittel klik hier. Besluiten van het Generaal Kapittel, El Escorial, Madrid, september 2010: . |

|
|
|
COMMUNAL DISCERNMENT Het kapittel beveelt aan dat we "Communal Discernment/Discernement communautaire" (een proces om als religieuze gemeenschap samen tot een beslissing te komen) gebruiken als een weg tot reflectie en om tot belangrijke beslissingen in onze congregatie te komen. Zo kunnen we vinden wat de wil van God is en kunnen we gehoor geven aan de dringende uitnodigingen van de Geest en aan de dringende vragen van de mens en de samenleving van deze tijd. We vragen aan het Generaal Bestuur om materiaal voor te bereiden dat ons kan helpen bij deze werkwijze. GEHOORZAAMHEID Om de wil van God te vinden is het nodig dat we heel aandachtig luisteren naar de Geest zoals die spreekt in ons eigen hart en in het Woord van God, en dat we open blijven voor dialoog en wederzijdse liefde. We moeten structuren ontwikkelen die het ons mogelijk maken om te groeien in onze geest van gehoorzaamheid, zodat we met elkaar in het proces van inkeer en inzicht ontdekken wat onze missie nu is. Samen levend en werkend - met onze verschillen - is het nodig dat we ieders talenten naar waarde schatten. Hierin vervullen leiders een belangrijke rol en onze leiders hebben vaardigheden nodig om de gemeenschap en zijn missie goed te kunnen verstaan. MISSIE Ons charisma en onze spiritualiteit zijn de inspiratie en de drijvende kracht van onze missionaire inzet in kerk en samenleving van deze tijd. De vitaliteit en kwaliteit van onze missionaire betrokkenheid zal in het bijzonder afhangen van hoe wij met elkaar een religieuze gemeenschap zijn en hoe wij samen onze zending in broederschap vervullen. Geïnspireerd door de spiritualiteit van het hart durven wij het aan om de uitdagingen van de sociale en culturele omgeving van deze tijd te omarmen; dit in solidariteit met de mensen en situaties die het minst meetellen en het meest ontmenselijkt zijn. Terwijl we nieuwe missies zien die in deze tijd onze bijzondere aandacht vragen, moeten we ook de uitwerking van onze huidige werkzaamheden evalueren. Als we nieuwe werkzaamheden kiezen zouden we de voorkeur moeten geven aan werkzaamheden die een uitdrukking kunnen zijn van onze MSC-identiteit en ons charisma. Bij keuze voor een nieuwe missie moeten we heel praktisch evalueren of onze personele en materiële middelen toereikend zijn voor deze missie. Trouw aan de visie van onze stichter zeggen wij toe dat wij zij aan zij met de leken willen samenwerken. We vragen aan het nieuwe Generale Bestuur om in heel de congregatie een proces op gang te brengen om langs de weg van overdenking en inzicht (communal discernment) onze missie nu te evalueren. HERSTRUCTURERING 'Herstructurering' moet met onszelf beginnen; we moeten onszelf verplichten tot blijvende persoonlijke bezinning en inkeer, trouw aan ons charisma en aan onze roeping als missionarissen van het Heilig Hart. Het kapittel vraagt aan het nieuwe Generale Bestuur om de herstructurering die reeds in heel wat gebieden gaande is aan te moedigen en om te onderzoeken of er structuren ontwikkeld kunnen worden die de onderlinge verbondenheid binnen de congregatie zullen bevorderen, die er zullen toe bijdragen dat ons leven en onze missie als een internationale congregatie meer geïntegreerd zullen zijn. Daardoor kan het mogelijk gemaakt worden dat we nauwer samenwerken, dat we onze hulpmiddelen delen, dat wederzijdse assistentie en communicatie tussen onze verschillende MSC-verbanden en werkzaamheden groeien. Met het oog hierop zou het nodig kunnen zijn om veranderingen aan te brengen in het lidmaatschap en de structuur van het Generaal Bestuur. We vragen aan het Generaal Bestuur om te onderzoeken of er en welke andere procedures er kunnen zijn om te komen tot de verkiezing van de generale overste en zijn bestuursleden. Deze nieuwe procedure moet dan voorgelegd worden aan de eerstvolgende generale conferentie. VREDE GERECHTIGHEID EN HEELHEID VAN DE SCHEPPING Onze actieve betrokkenheid om zorg te dragen voor Gerechtigheid, Vrede en Heelheid van de Schepping maken onlosmakelijk deel uit van onze spiritualiteit van het Hart. Deze betrokkenheid betreft ieder van ons persoonlijk, niet alleen degenen aan wie deze zorg als dienst is toevertrouwd. Onze betrokkenheid bij Gerechtigheid, Vrede en Heelheid van de Schepping moet niet alleen idealistisch zijn, maar persoonlijk, gemeenschappelijk en concreet - door mensen en organisaties, of ze nu religieus zijn of niet, die rechtstreeks betrokken zijn bij deze problematiek, terzijde te staan en te steunen. Het is nodig dat we goed op de hoogte blijven van de onderwerpen en uitdagingen die in deze tijd aan de orde zijn. Blijvende betrokkenheid bij Gerechtigheid, Vrede en Heelheid van de Schepping, zou bij onze manier van leven moeten horen. Het is nodig dat we leren om persoonlijk eerlijk en oprecht te leven en keuzes te maken en ons te verbinden, zonder met onszelf en onze levensstijl afstand te nemen van arme en onderdrukte mensen. Noch mogen we ons losmaken van de compassie in het hart van God en van de uitdagingen die de Schrift voor ons bevatten. We worden geïnspireerd en bemoedigd door het voorbeeld van Jezus die zich zonder terughoudendheid verbond met het lijden en de verlangens van de mensen van zijn tijd. Zoals bij Jezus het geval was kunnen ook wij geroepen worden om tot het uiterste te gaan - we lopen de kans om in contact met de slachtoffers van onderdrukking, misbruik, armoede en exploitatie, onze eigen (gevoel van) veiligheid kwijt te raken. Het kapittel herhaalt dat het van fundamenteel belang is om in al onze vormingsprogramma's aandacht te besteden aan onze betrokkenheid bij Gerechtigheid, Vrede en Heelheid van de Schepping. MEDIA EN COMMUNICATIE De moderne wereld van de informatica biedt grote mogelijkheden voor onze zending. Het is nodig om sociale netwerken en informatie-technologie te omarmen. Het kapittel beveelt aan dat overal binnen de MSC enkele van onze medebroeders getraind worden om gebruik te maken van deze media en om in deze samen te werken met leken-professionals die hier ervaring mee hebben. Het kapittel beveelt aan dat we onder elkaar meer gebruik maken van sociale netwerken - het is een mogelijkheid om ervaringen, hulpmiddelen en ideeën te delen. Training in een kritisch gebruik van de moderne communicatiemiddelen moet een belangrijk onderdeel zijn van onze vormingsprogramma's. We pleiten ervoor dat er binnen het Generaal Bestuur een 'bureau' is dat kan helpen om ons gebruik van de media te integreren en te coördineren en dat richting kan geven aan ons media-apostolaat, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van een structuur als Chevcom. BROEDERS Onze fundamentele roeping is om Missionaris van het Heilig Hart te zijn. Of we nu priester zijn of leek deze missie volbrengen we - met elkaar samenwerkend - in een verscheidenheid van werkzaamheden. Als we willen laten zien wat het betekent om als broeder missionaris van het Heilig Hart te zijn, moeten we ons als religieuzen verbinden met allerlei werkzaamheden, niet alleen met werkzaamheden die eigen zijn aan het priesterschap. Om roepingen te bevorderen moeten we het niet alleen hebben over roeping tot het priesterschap, maar de nadruk leggen op onze identiteit en zending als missionaris van het Heilig Hart. Het is nodig om de roeping van MSC-broeders te bemoedigen en we moeten onze vormingsprogramma's zo vorm geven dat ze inclusief zijn, dat wil zeggen gericht op onze identiteit als missionaris van het Heilig hart eerder dan op bijzonder dienstwerken in de kerk. Ons eigentijds verstaan van de integrale rol van de MSC-broeder in onze zending stelt vragen bij de klerikale mentaliteit die nog steeds in de kerk en soms binnen onze eigen congregatie leeft en we moeten proberen deze vooringenomenheid te boven te komen. DE LEKEN We bevestigen dat christenen die leek zijn een eigen roeping hebben. We willen openstaan voor hun eigen bijzondere charisma en hen daarin aanmoedigen. We willen niet alleen aan hen denken in verband met onze eigen werkzaamheden. Zij die leken-missionaris van het Heilig Hart zijn moeten niet alleen bemoedigd worden om te delen in onze spiritualiteit, maar ook in onze zending. Wij zien dat de lekenbeweging van de missionarissen van het Heilig Hart zich in de verschillende gebieden van de congregatie op verschillende manieren heeft ontwikkeld en we moedigen de Internationale Coördinatiegroep van de Chevalier-familie aan om op te komen voor de vorming van leken-missionarissen van het Heilig Hart en voor de integratie van de verschillende takken van Chevalier-familie. En we nodigen hen uit om verantwoordelijkheid op zich te nemen voor eigen apostolische werkzaamheden. Als MSC's die geprofest zijn erkennen we de onafhankelijkheid van de lekenbeweging van de MSC en we willen hen op allerlei manieren blijven bemoedigen en steunen in hun autonome ontwikkeling. We willen bijdragen aan hun vorming. Tegelijkertijd erkennen we dat het aan hen is om te beslissen over de ontwikkeling van hun rol en identiteit binnen de Chevalier-familie. Het is nodig dat we samen met de leken-verbondenen een goede 'titel' vinden voor de beweging die bezig is zijn rol binnen de Chevalier-familie te definiëren - dit is met name een taak voor het Tri-Generalaat. VORMING Vorming moet kandidaten vooral leiden tot de ervaring: God houdt van mij tot in het hart van mijn bestaan, en tot de ontdekking: ik ben beminnenswaard. Dit gevoel, zonder reserve bemind te zijn door God is de diepste kern van onze roeping als missionarissen van het Heilig Hart. Het kapittel bevestigt dat de uitgangspunten van het Valladolid-document (over vorming) nog steeds gelden en dringt erop aan, dat deze uitgangspunten in praktijk gebracht worden in de vormingsprogramma's, in dialoog met de plaatselijke culturen. We stellen voor dat er binnen korte tijd een ontmoeting georganiseerd wordt voor allen die in de congregatie voor de vorming werkzaam zijn. Tijdens die ontmoeting kunnen de beste ervaringen gedeeld worden en kunnen wegen gezocht worden naar grotere samenwerking en wederzijdse steun. Vorming - zowel bij het begin als later en voortdurend - moet bij ons voorrang hebben. De kwaliteit van onze vorming, op alle niveaus, is van wezenlijk belang voor de voortdurende levenskracht van de congregatie. Bijzondere aandacht dient besteed te worden aan de training van geschikte mensen in de psychologische, menselijke en spirituele vaardigheden om dit belangrijke werk te doen. De eindverantwoordelijkheid voor het vormingsproces ligt bij de leiding van de provincie; die moet overleggen en steun geven aan degenen die met de vorming belast zijn. Het kapittel beveelt aan dat het Generale Bestuur in de hele congregatie de vormingsprogramma's begeleidt en bevordert dat de vormingsleiders elkaar steunen, wederzijds met elkaar samenwerken - ook is interactie tussen de vormingsleiders nodig. Aan de continentale verbanden (A-MSC, PEC, APIA) is gevraagd om de bestaande samenwerkingsstructuren te versterken en om de praktijk en de ideeën tussen de vormingsleiders uit de regio's met elkaar te delen. INTERNATIONALE COMMUNITEITEN EN WERKZAAMHEDEN Op alle MSC's wordt een dringend beroep gedaan om belang te stellen in de internationale zending van de congregatie en niet alleen in de zending van de eigen provincie. Om dat mogelijk te maken is communicatie over de informatie van de verschillende werken van de congregatie van wezenlijk belang. Om betere communicatie te krijgen is het wezenlijk en nodig dat met name de jonge leden van de congregatie bekwaam zijn in een andere internationale taal dan de eigen taal. Wat boven gezegd werd met betrekking tot centrale interprovinciale vormingshuizen is ook hier relevant: we moeten meer internationale vormingsprogramma's ontwikkelen. In ons midden zijn al vele communiteiten waarin leden van verschillende provincies en culturen samenwerken. Het kapittel beveelt aan dat het Generaal Bestuur deze bestaande initiatieven aanmoedigt en steunt, ook coördinerend optreedt bij de vorming en bij het bestuur van internationale communiteiten voor specifieke werken. In het bijzonder vragen we het Generaal Bestuur om verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de basiliek van Issoudun. Het bestuur zou verantwoordelijk moeten dragen voor de ontwikkeling van de uitgangspunten waarmee de beweging van mensen die van de ene provincie in de andere te gaan werken gecoördineerd kan worden - ook om structuren te ontwikkelen die verder reiken dan de bestaande provincies. Zorgvuldige besluitvorming is vereist bij de selectie van mensen die deel nemen in internationale communiteiten en missies. De aard van zulke communiteiten vereist niet alleen dat de leden ervan open blijven om zich met andere culturen dan de eigen cultuur te verbinden, maar ook dat ze de verschillen ervan kunnen waarderen. Het is gebleken dat speciale programma's kunnen helpen om degenen die een zending in een andere cultuur op zich nemen te laten integreren in hun nieuwe leefomgeving. BESTRIJDING VAN SEKSUEEL MISBRUIK: DE INZET VAN DE MSC Wij, missionarissen van het Heilig Hart zijn vastbesloten ons integer en met compassie in te zetten voor de slachtoffers van seksueel misbruik. Vanwege het leed dat hen is berokkend en de pijn die hen is aangedaan, willen wij alles in het werk stellen om dergelijk misbruik in de toekomst te voorkomen. Alle vormen van misbruik dienen verafschuwd te worden. Seksueel misbruik van kinderen en andere kwetsbare personen is een misdaad en wij voelen ons hiervoor diep beschaamd. "Wanneer één lichaamsdeel lijdt, delen alle anderen in het lijden"(1 Korintiërs 12, 26). Als Generaal Kapittel erkennen we de pijn en het leed van hen die slachtoffer zijn geworden van misbruik door onze medebroeders. Het Kapittel geeft blijk van onze diepe spijt voor de schade en de vernedering die hen is aangedaan. Wij erkennen het gebrek aan pastorale compassie en zorg en zelfs de ontkenning die hun verdriet en eenzaamheid heeft verergerd. Als leden van het Kapittel besluiten wij om binnen onze gemeenschappen en instellingen de beleidslijnen inzake seksueel misbruik te herzien en bij te stellen en wij besluiten tevens procedures te ontwikkelen ter bescherming van kinderen en kwetsbare volwassenen in de toekomst: in onze communiteiten, parochies, scholen en andere vormen van pastoraat. Het Kapittel vraagt het nieuwe Generaal Bestuur leiderschap te tonen en de gehele congregatie aan te spreken door: * een persoon aan te stellen die het ontwikkelen van beleid en de verspreiding van informatie inzake seksueel misbruik coördineert. * geschikt bronnenmateriaal beschikbaar te stellen voor voortgaande vorming van de leden van de congregatie en van de kandidaten die in opleiding zijn. * nauwkeurig de eisen te omschrijven waaraan alle MSC-instellingen dienen te voldoen om aldus een samenhangend beleid te ontwikkelen dat beantwoordt aan zowel het burgerlijk als kerkelijk recht. Deze beleidslijnen dienen tevens onze plicht te omschrijven om medebroeders die zich schuldig gemaakt hebben aan seksueel misbruik te ondersteunen, te begeleiden en van supervisie te voorzien. * ervoor te zorgen dat iedere MSC-instelling beschikt over een ethische code. Deze code betreft onze verantwoordelijkheid zowel inzake gemeenschapsleven als onze zending. Deze code omvat ook het belang van geestelijke begeleiding, supervisie in het pastoraat, de noodzaak begaan te zijn met onze medebroeders en de plicht (van zowel afzonderlijke leden als van de oversten ) hen hiermee te confronteren wanneer nodig. * inzake het ontwikkelen van beleid in deze de ontwikkeling binnen MSC-instellingen te volgen, zodat door het volgende Generaal Kapittel geoordeeld kan worden of de bovenbeschreven doeleinden inderdaad gerealiseerd zijn. (Nederlandse vertaling door de Nederlandse provincie) . |
|
|